De koning zonder kroon

Daphne van Breemen :: 2016
gedicht naar aanleiding van de uitsluiting van Yuri van Gelder tijdens de Olympische Spelen

Ik zie je zitten in het vliegtuig, ogen gesloten,
de aanblik van Rio is niet langer te verdragen. Een zucht ontsnapt.
De wanhoop verraadt dat je zelf ook niet weet hoe je van Waalwijks
jongetje ineens de Lord of the Rings werd, die viel, opstond en weer onderuitging.

De finale was bereikt. De koning zou voor het oog van
de hele wereld zijn zetel betreden, voor het oog van al zijn
vijanden die hun zwaarden al gereed hadden.
In jouw Waalwijk waren ze trots en proostten ze met je mee.

Niet lang, want wat volgens de Waalwijkse morele brigade
bij één biertje moest blijven, werd in hun ogen een hele krat.
Zo verloor je van jezelf en van de stad waar je, vrees je nu,
voor de meesten alleen een held bent als je nooit de regels schendt.

Want wie niet van zijn fouten wil leren, zal blijven falen.
Maar wie zelf wel eens in de fout is gegaan, weet dat je
een misstap niet voorkomt, als niemand meer in je gelooft.
En ik denk terug aan de enige keer dat we elkaar ontmoetten.

Het was een jaar of acht geleden, toen ik als jong meisje
bij het bekendste rookworstenwarenhuis werkte
en jij plots voor me stond. Je was intussen al een aantal jaren
onze Waalwijkse koning van de ringen.

Had je je kroon toen maar gedragen, dan kwam je misschien
nog boven de toonbank uit. Je bestelde een rookworst
en ik stelde me voor hoe ik later, als jij nog steeds
de ringenkoning zou zijn, zou zeggen:

Aan deze Olympisch Kampioen heb ik ooit een worst verkocht.
Het zal bij een voorstelling blijven.