gedichten

gedichten
over de stad
voor de stad
door de stad
in de stad

uit de stad
van de stad
rond de stad
met de stad
met gedichten doe je dat

over gedichten

Waalwijk brengt het beste in mensen boven, ook bij dichters. We gingen op zoek naar gedichten over Wolluk en kwamen zelfs een juweeltje tegen uit begin 1900! De nadruk willen we bij deze categorie leggen op de diversiteit, reden om per dichter maximaal 3 gedichten op te nemen.

  • Home
  • Gebed te Waalwijk

Gebed te Waalwijk

A. van Collem (1858 – 1933) :: 1909

O Christus met Uw zacht gelaat,
Marye, die daar neven staat,
Wil U tot ons bezinnen.
Gij, die de hemel overziet,
Van daar Uw milde ogen biedt,
Zie onze wereld binnen;
Verhef Uw eens gehoorde stem,
En Uwe hand, en ga tot hem,
De meester in de zalen,
Die over onze dagen wikt,
Die over onze nacht beschikt,
Van Wie wij arbeid halen.

Zeg hem het klein betaalde loon,
De dagen lang, de korte woon,
De altijd vochte muren,
De krankheid en het kinderbed,
Het schamel lichtje neergezet
Om op het leer te turen,
Waarop mijn man te hamer gaat
En kloppende zich zelf verslaat,
Totdat hij ligt versleten.
Zeg hem, dat elk paar schoenen heeft,
Voordat het in zijn handen beeft,
Het bloed van ons gegeten.

O Jezus, kenner van de weg,
Ga tot de rijke meester, zeg:
Mijn man is gans onkrachtig,
Zijn vel is rul, zijn oog staat geel,
Een kort geluid komt uit zijn keel,
En ik ben weder drachtig.
Gijzelve zei toch: Ga vermeer
Ulieden als het zand zo zeer,
En even vermenigvuldig;
O Jezus, lieve Jezus zoet,
Mijn âren hebben gans geen bloed,
Mijn schoot blijft steeds geduldig.

Marye met Uw hemelkroon,
Geeft Uwe voorspraak tot de Zoon,
Dat Hij ons koom’ te horen.
Op Uwe zachte trede ga,
Dat hij met hemelse genâ
In onze hut mag gloren.
Een beetje ruimte, en wat licht,
En op mijn arme mans gezicht
Een weinigje van blijheid,
Dat op zijn arbeid zegen zij,-
O, zoete Jezus, zeg er bij
Het loon;- en wat meer vrijheid.

De Christus met het zacht gelaat,
Marye met het rein gewaad,
In Waalwijks woning binnen,
Zij, die de wereld overzien
En haar de milde ogen biên,
Zij staan zich te bezinnen.